(Jeugd) Herinneringen Rob Olthof

Met bepaalde regelmaat publiceert Rob Olthof van de Stichting Media Communicatie over herinneringen uit zijn jeugd...

Deel 1

Niet te geloven, ik ben de zoon van een (hof)kapper. Tot mijn 60ste levensjaar heb ik gewoond aan de Willemsparkweg te Amsterdam (in de directe omgeving van het Museumplein). In de tijd dat mijn vader in Amsterdam Zuid kapper was, zaten er op de Willemsparkweg maar liefst 12 kappers. Mijn kinderjaren waren vrijwel rimpelloos verlopen, hoewel ik vaak tijdens het avondeten de kreet van mijn vader moest horen: “vrouw, ik heb vandaag het zout in de pap niet verdiend”. Met andere woorden mijn vader was wel een vakman maar beslist geen zakenman. Hij had wel goede klanten want toen de toenmalige Keizer van Ethiopië, Haile Selassie, te gast was in het Koninklijk Paleis op de Dam, vergezeld van zijn vrouwen en hofdames, moest hij weer eens uitrukken. Hij had dan ook een vaste passe-partout om het paleis binnen te kunnen komen. Tevens waren er veel hofdames en freules klant in de salon van Olthof.

Bij sommigen van die dames hoefde ik maar even mijn rapport te laten zien en dan kreeg ik fl. 25,--. Let wel dat was in de begin zestiger jaren! Mijn grootvader had op een bepaald moment Mata Hari als klant. Zij woonde toen aan de Van Breestraat in Amsterdam, in hetzelfde huis waar later Pistolen Paultje woonde. Deze straat ligt pal achter de Willemsparkweg. Ik kan me nog herinneren dat ik in de AVRO bode destijds een oproep zag van de Italiaanse Televisie voor mensen die Mata Hari nog gekend hadden. Ik schreef naar de AVRO bode en een maandje later stond de Italiaanse filmploeg in de kapperszaak te filmen. Helaas heb ik de reportage nooit gezien. Mijn vader verkocht ook parfumerieën, maar vergat weleens die aan zijn klanten te verkopen. Een beetje pushen van de handel kan geen kwaad nietwaar? De vermeende zakelijkheid sloeg echter een generatie over. Ik heb het namelijk, zoals algemeen bekend, wel. Tijdens mijn verblijf op de MULO verkocht ik al condooms en pornografische foto’s aan mijn klasgenoten. Ik schrijf pornografisch, maar als je die foto’s uit de Lach terug bekijkt, dan zijn ze zo kuis dat ze zelfs in het Reformatorisch Dagblad afgedrukt kunnen worden. Maar dat was in de jaren vijftig en jaren zestig toch plaatjes die eigenlijk net niet door de beugel konden. Wij hadden de leesmap in de salon en dus lazen we de inhoud thuis en daar stond een advertentie in De Lach voor condooms. Ik deed een bestelling en dan verkocht ik de condooms door met winst. Duidelijk is dat ik niet voor niets begonnen met boottochten te organiseren vanuit Scheveningen naar de drie radioschepen in 1971.Het leverde geld op dat weer geïnvesteerd kon worden in andere projecten. Vanaf 1978 ontstonden de eerste radiodagen: eerst nog heel primitief vanuit het Seanews Center van Jacques De Gier in Scheveningen.

Tijdens mijn lagere school tijd begon ik al met het kopen van en sparen van grammofoonplaten. De eerste artiesten, die ik leuk vond waren ondermeer Dorus en The Chico’s. Deze laatste groep maakte country en western muziek. Na de Nicolaas Maesschool (lagere school) ging ik naar de MULO in de Jan Luykenstraat te Amsterdam. Het heette Instituut Schreuder. Daar heb ik, met het jongenskoor van de Vredesscholen van dirigent Van de Bijl, nog meegezongen in de Matheus Passion (en saai dat ik het vond). Ik kan je zeggen dat ik blij was, dat ik in de pauze weg mocht. In de eerste klas van mijn MULO zat Jan Akkerman, de welbekende gitarist. Ook ene Erik Schoenland, later bekend geworden als ‘witte platenboer’ en van de 8 track. Schoenland produceerde de zogenaamde bootlegs (de illegale opnames van artiesten). De 8 track, die hij als eerste promootte en verkocht, is in Nederland totaal geflopt. De reden zal wel geweest zijn dat de cassettes veel groter waren dan de normale muziekcassettes.

Ik spreek van de jaren 1962-1965: de zeezenders Radio Veronica en de op Engeland gerichte zeezenders. Ik moet bekennen dat ik Radio Veronica nooit zo bijzonder heb gevonden, dit op een uitzondering daargelaten: Joost den Draaier. Ook luisterde ik in die tijd veel ’s avonds naar Radio Luxemburg, de ‘famous 208’. Na de periode van verering voor de Chico’s werd mijn enthousiasme gewekt voor de muziek van Elvis Presley, Little Richard, Cliff en later de Nederpop. De allereerste keer dat ik een rockzanger live bezig zag was in het Concertgebouw van Amsterdam, waar de VPRO televisie een optreden van Johnny Hallyday opnam. De volgende dag sprak een journalist van de Telegraaf lezend Nederland daar schande van. Het concert was in zijn ogen en oren vulgair en hysterisch geweest. Ik was toen en ben tot heden zeer onder de indruk van zijn zangstem. Ik heb bijna alles van hem op LP of CD. Later zag ik er nog optredens van Roy Orbison, Adamo, Trini Lopez en vele anderen in het Concertgebouw. En een geluk dat het praktisch om de hoek van de Willemsparkweg was te vinden.

Even voordat Johnny Hallyday in Nederland populair werd, had je nog een zanger met de naam Vince Taylor (hij was de man in leer met een enorme ketting om). Hij was in ons land en wilde dé ster zijn op het Grand Gala du Disque. Helaas mocht Taylor niet optreden. Zijn versies van nummers als ‘Peppermint Twist’, ‘What I say’ en ‘Twenty Flight Rock’ zijn nog in mijn geheugen gebrand. Ik draai de cd’s van Vince Taylor nog regelmatig. Zijn hele loopbaan en de invloed op de popmuziek destijds was groter dan je zou denken. Zijn eerste single maakte hij destijds bij het platenlabel Parlophone/Odeon en was getiteld: ‘Right behind you baby’, een single die een redelijk succes had. Later tekende hij een contract bij het Palette label en de grote doorbraak kwam doordat Eddie Barclay hem zag optreden in de Olympia in Parijs. Voor dat label nam hij ‘Peppermint Twist’, ‘Twenty flight rock’ en andere nummers op. Zijn optredens waren in die tijd heel ruig en in mei 1965 sloeg hij bij een concert alles kort en klein. Wie zaten daar toen ook in de zaal? De leden van The Who, die dat trucje van Vince Taylor afkeken. Later raakte zijn carrière in het slop: drank en drugs en het wilde leven ging zijn tol eisen. Toch zag Vince Taylor nog kans om voor het platenlabel Big Beatrecords nog een dubbel LP op te nemen. Op 28 augustus 1981 stierf Vince in het Zwitserse Lutrice. In zijn begeleidingsband ‘The Playboys’ zat ondermeer Tony Meehan, later bekend als drummer van The Shadows en het duo ‘Jet Harris and Tony Meehan’. Vince Taylor stond destijds model voor Ziggy Stardust, de alter ego van David Bowie. Hij had ook nog een tijdje een verhouding met Brigitte Bardot.

Omdat mijn vader mevrouw Cappijne van de Copello (toenmalig VVD parlementarier) als klant had, kon ik weer van haar vader - die secretaris was van het Concertgebouw - altijd gratis kaarten voor concerten krijgen. Behalve het optreden van Johnny Hallyday heb ik tweemaal Trini Lopez daar optreden gezien. Verder herinner ik met nog de met zonnebril verschenen Roy Orbison, Adamo en nog een stel artiesten. Het moet zo rond 1963 zijn geweest dat ik ook een keer een kaart kreeg om het jaarlijkse Grand Gala du Disque bij te wonen. Een programma dat toen live vanuit het Concertgebouw werd uitgezonden. Ik zat toen naast Cor Steyn, de helaas zo vroeg overleden organist. Hij was huisorganist bij de VARA waarmee ook Dorus veel optrad en vele platen maakte. Zelfs ging het illustere duo een keer voor een optreden naar de VS, een verre reis in die tijd.

De Beatmuziek die later popmuziek, werd genoemd, ontwikkelde zich in de jaren zestig van de vorige eeuw. In 1967 kwam de opkomst van de flower power, verder hadden we Hitweek, Paradiso en Fantasio. Ik was trouwens meteen ‘verslaafd’ aan het blad Hitweek. Zodra er weer een nieuw nummer uitkwam kocht ik die meteen in de Hitweek burelen aan de Alexander Boersstraat, een zijstraat van de Willemsparkweg. De vele grammofoonplaten werden door mij gekocht bij de plaatselijke Vroom en Dreesmann in de Kalverstraat, bij Richter in de PC Hooftstraat (deze straat is thans berucht om zijn vastgoed criminelen) en bij Wessels in de Beethovenstraat. Platenmaatschappijen als Phonogram en Bovema (thans EMI geheten) hadden bijna elke week een advertentie van hun nieuwe singles in de Hitweek, de Muziek Express en andere popbladen. Phonogram rekende fl. 3,40 voor een single, Bovema fl. 3,60 en RCA fl. 3,75. Al mijn zakgeld ging op aan het kopen van singles en soms aan een zak frieten van een kwartje. Van Koos Zwart en Marjolein Kuijsten van Hitweek hoorde ik destijds dat Paradiso zou opengaan en ik verkeerde in de gelukkige omstandigheid de openingsavond mee te maken. Het gebouw waar Paradiso in gevestigd is was de vroegere kerk van de NH Gemeente. Elk weekend traden daar de bekende nationale en internationale bands op zoals The Outsiders, Golden Earring, Moody Blues, Pink Floyd en vele anderen.

In de jaren na de eerste grote successen kreeg Paradiso de naam een drugshol te zijn. De ‘groten der aarde’ traden er niet meer op, zodat op een gegeven moment besloten werd tot verbouwing en modernisering. In die tijd kende ik van mijn bezoeken aan Paradiso een zekere Reneetje, naar haar zeggen was ze fotomodel. Ik kon het redelijk goed met haar vinden en ik ben nog wat keren met Reneetje naar Zandvoort gegaan. Later zag ik haar ergens eens uit het dames toilet komen met nog een naald in haar arm. Weer later hoorde ik dat dezelfde Reneetje was overleden als gevolg van een overdosis. Rond die tijd was de Melkweg open gegaan en was The Birdsclub op het Rembrandtplein ook al enige jaren in opgang. Daar zag ik op een avond ook de deejay Graham Gill optreden en hij werd omringd door adembenemende schonen, waar hij totaal geen belangstelling voor had. Wist ik toen veel! We spreken over de jaren 1968, 1969.

Dan iets meer over ‘Ollie Privé’. Ik ben altijd het enigszins beschouwende type geweest. Als Hans Knot en ik in Londen en andere plekken in Engeland zijn, dan praat hij het meeste met de gasten en radiovrienden en ik luister. Ik prent dan wel in mijn oren wat ik hoor. Ik hoef niet zo nodig op de voorgrond, ik ben ook wars van elke vorm van ijdelheid. Sommige mensen moeten/willen op de voorgrond staan, ik heb daar zelf geen behoefte aan. Dat wil overigens niet zeggen dat ik niet aan een aantal touwtjes trek. Verder was ik totaal niet geïnteresseerd in sport. Ik heb wel nog een blauwe maandag op een roeiclub gezeten maar dat was meer op aanraden van een klasgenoot van mij, Erik Schoenland. ’s Zaterdags keek ik dan of er een blauwe lucht was en het niet teveel waaide. Als ik dan toch nog zin had, dan ging ik maar weer een uurtje roeien. Zwemmen deed en doe ik wel en dat in het prachtige Zuiderbad in Amsterdam. Dit zwembad is geheel opgetrokken in de Jugendstil. Dan zwom ik een uurtje en ging dan naar huis.

Later, toen Hans Knot en ik meer contact met elkaar kregen heb ik een wijs besluit genomen: Hans had samen met Jacob van Kokswijk zijn Engelstalig blaadje Pirate Radio News en begon via een advertentie destijds bandjes te verkopen met historische opnamen van de zeezenders, net als de mensen van de Free Radio Action uit Rotterdam, de gebroeders A en D. Vandermeer. Hoe goed je ook bevriend bent met iemand, probeer altijd te vermijden dat er een competitie gaat ontstaan in de zin van: “wie verkoopt er het meeste bandjes? Of wie is de beste van ons”? Ik besloot dus de verkoop te gaan doen van allerlei zaken die te maken hadden met de zeezenders en vooral nets zelf te produceren. Ik had thuis dan ook geen studio. Op de een of andere manier ook totaal geen behoefte aan gehad. Een mooie geluidsinstallatie was voor mij meer dan voldoende.
Enige tijd geleden werd ik nogmaals geconfronteerd met dit wijze besluit van destijds toen een wederzijdse kennis er de brui aangaf. Ik zal verder niet in detail treden, maar jaloezie speelt soms een grote rol.

Een grote klapper was voor mij de verkoop van het boek 20 Jaar Caroline, waaraan een aantal personen heeft meegeschreven. Ik adverteerde met het boek in het FRM van Jose Herps. De oplage van dit tijdschrift lag op 30.000 exemplaren. Dat boek verkocht dus wel. Het was ook een uitermate vlot geschreven boek, dat hoognodig weer eens herdrukt moet worden. Vele jaren later hoorde ik van Hans Knot dat er met een van de betrokken personen een meningsverschil was ontstaan over… ja juist, u raadt het al: geld! Geld en eer zijn de vaak de grote struikelblokken in een club of vereniging. Is ‘A’ beter dan ‘B’? ‘A’ konkelt wat met ‘C’, die minder goed is dan ‘A’ en die roddelt weer met ‘B’ en zo heb je snel onenigheid in de tent. Ik heb daar weleens over gesproken met mensen uit andere clubs en steevast kreeg ik te horen: in wat voor soort club je dan ook zit, het is overal zo. Een geval van pure jaloezie! Kijk maar eens op andere nieuwsgroepen dan die over radio of zeezenders. Verschrikkelijk is het gescheld dat je daar ook tegenkomt.

Na een radio-uitzending van de regionale Radio West vanaf zee, 31 augustus 2008, werd er al weer met modder gegooid door de bekende personen. Hans Knot met zijn uitgebreide kennis kreeg het weer eens te verduren van de mensen aan vaste wal. Waarom mag je niet vertellen dat je Radio Veronica tussen 1960-1965 zo saai was?
Dat was toch ook zo?

Ik heb dus zowel de provotijd meegemaakt als de flowerpower tijd daarna. De jongens achter Provo heb ik vaak horen spreken in gebouw Famos, gelegen aan de Vondelstraat. Later zeer berucht geworden door de krakersrellen. Ik heb echter nooit de behoefte gevoeld om achter die lui aan te lopen. Ik kocht wel eens een provo blaadje maar meer om de amusement dan om de politieke boodschap. Later kwam ik een van die provo’s nog tegen (Rob Stolk). Hij was toen bekend als klant bij Tetterode, een bedrijf waar ik de Incasso voerde. Hij had na zijn provotijd gelukkig een mooi bedrijf opgebouwd. In het Vondelpark heb ik destijds nog weleens Simon Vinkenoog horen orakelen vanaf een zeepkist. Het ging over softdrugs en dat soort zaken, maar ik was en ben nog steeds geen meeloper. Begin jaren tachtig had je nog de zogenaamde ‘ban de bom marsen’ en op een van die zaterdagen was ik op weg naar Ellen Kraal (Caroline deejay Samantha) in Den Haag en toen ik die lui langs de Laan van Meerdervoort zag lopen schoot me opeens te binnen dat we daar eigenlijk met broodjes hadden moeten staan. ‘Tja’, zei Ellen droog toen ik het haar vertelde, ‘daar ben je nu te laat mee’. Meelopen met een protestmars? Nee, beslist niets voor mij. In de jaren zestig van de vorige eeuw heb ik eenmaal gestemd op D 66, dat vond ik wel een progressieve partij, maar vier jaar later kwam ik toch weer in het warme liberale nest terug.

Af en toe spring ik wat terug in de tijd. Nadat ik de Handelsschool had doorlopen moest ik onder de wapenen in het zuidelijke Ossendrecht. De eerste maand zou het ploeteren worden, je met volle bepakking in de plas water laten vallen. Ik zag het allemaal niet zo zitten en ik volgde de truc met herkeuringen aanvragen. Eerst moest ik voor herkeuring naar de Mathijssenkazerne in Utrecht. De herkeuringen aanvragen heb ik vervolgens ruim een jaar volgehouden. Uiteindelijk moest ik toch opkomen voor militaire dienst want in het najaar van 1966 was ik de pineut. Tot mijn grote vreugde kreeg ik een maand voor de opkomst een brief, waarin stond vermeld dat ik buitengewoon dienstplichtig werd verklaard (dit tezamen met nog ruim honderdduizend anderen. Er was, door de babyboom in de tweede helft van de jaren veertig, een overschot aan jongeren. Wel stond er in de brief dat ik jaarlijks moest opkomen voor de BB (Bescherming Bevolking).

Ruim twee jaar lang horde ik vervolgens niets van die mensen achter de BB. Uiteindelijk moest ik eind 1968 mijn uniform ophalen en meedraaien in de diensten! Inmiddels kwam ik als vakantiehulp terecht bij Amstelhof- het oudste bejaardenhuis van Nederland dat anno 2008 wordt omgebouwd tot museum Hermitage). Een ontzettend leuke tijd heb ik daar gehad met boekhouder Hubers en de dames van de administratie. Hubers en ik hadden er eigenlijk nauwelijks werk te doen, dus Hubers wijdde zijn aandacht aan de bouw van zijn transistor versterker en de dames van de verpleging hadden mijn aandacht.
’s Middags ging ik weleens met mijn vriendinnetje naar de bioscoop of we zaten beneden in de keuken van het bejaardentehuis aan een potje bier. Na ruim een jaar er te hebben gewerkt had ik ondertussen handelscorrespondentie Nederlands, Engels en Duits in de avonduren gehaald en ik ging verder met MBA boekhouden. Het werd dus tijd dat ik een echte baan ging zoeken en dat werd de uitgeverij van vakbladen waar ik ging werken op de financiële afdeling. Ik ging er de debiteuren en incasso administratie verzorgen.

Ik werkte dus vervolgens bij Uitgeverij Diligentia. Eind 1969, in de maand november, hadden we een bedrijfsfeestje en daarvoor was ondermeer uitgenodigd Joost den Draaier. In de pauze sprak ik hem aan en hij vertelde tot mijn verbazing dat er in Slikkerveer een compleet nieuw zendschip klaar lag om voor de kust van Scheveningen te gaan uitzenden op de 186 meter. Pas in januari hoorde ik op een zaterdagnamiddag voor het eerst een signaal van RNI. Wat een goed station was dat en wat een feest om de oude Caroline deejays terug te horen. (Beide Caroline schepen lagen nog te rotten in de Amsterdamse haven). Op een van de vele bezoekjes aan de haven van Amsterdam kwam ik Arie Swaneveld tegen. Hij was het die later de REM apparatuur kocht voor fl. 9.000,-- en (toeval bestaat niet?) ik in de AVRO bode later las dat Adriaan Van Landschoot voor zijn Radio Atlantis een boot en zendapparatuur zocht. De rest is voor de fervente radioliefhebber historie. Diverse keren ben ik bij Arie Swaneveld op bezoek geweest in ’s Gravenzande. Dat ging niet alleen om Arie want hij had ook een beeldschone zus. Ze trok meteen mijn aandacht en ook die van mijn neef. Bij één van de laatste keren dat ik met mijn neef bij Arie was, vroegen we waar zijn zus gebleven was. ‘Nou’ zei Arie, ‘die hebben we het huis uitgezet. Op een nacht moest ik naar het toilet en ik zag bij het raam van mijn zus een ladder staan. Op de gang kwam ik vervolgens een matroos tegen. Mijn zus had met hem een afspraak in de slaapkamer. Ik kan best de zon in het water zien schijnen, maar dit ging me te ver. Arie zat trouwens in het zaagsel handel. Het zaagsel verkocht hij aan ondermeer aan de slagerijen om op de grond te strooien van de rookovens. De zenders en andere apparatuur van het voormalige REM- eiland stonden bij hem in de loods Ook had hij een Fokkertje, die hij wel eens uitprobeerde, immers was hij in het bezit van een vliegbrevet. Met die Fokker zijn we nog eens naar Knokke gevlogen om rond te cirkelen boven het zendschip van Radio Atlantis.

In het voorjaar van 1970 ben ik met oom Herman, een kennis van me van de Nederlandse Reisvereniging, tevens destijds particulier chauffeur van me, naar Scheveningen geweest. In die tijd dacht ik erover om boottochten te gaan organiseren naar de zendschepen van Radio Veronica en RNI. Het werd echter later. Wat de reden was weet ik niet meer, maar pas in 1971 begon ik met de boottochten. Inmiddels verkocht ik wel foto’s van de Caroline schepen, die gelegen waren in de haven van Amsterdam en begon aldus adressen te verzamelen van zeezenderfans. In 1972 las ik in de Telegraaf dat Gerard van Dam de Mi Amigo had gekocht voor fl. 20.000,--. Ik nam toen meteen contact met hem op, want van dat verhaal van een piratenmuseum – dat er ingericht zou worden op de MV Mi Amigo, geloofde ik helemaal niets van. We maakten een afspraak bij hem thuis in Den Haag aan de Roggekamp, een straat gelegen vlakbij het spoor. Gerard liet me vervolgens in de kelder een aantal zenders zien. Recentelijk hoorde ik nog van Bob Noakes dat hij een en ander in elkaar had gesleuteld voor Gerard van Dam.

Gerard nodigde me vervolgens uit om naar Zaandam te kopen, waar de Mi Amigo ondertussen aan het Zwarte Pad lag afgemeerd. Peter Chicago, die ook betrokken was bij het project, heb ik daar niet gezien. Wel de zenders, en die zagen eruit als een slecht gebit. Op 1 september – het nieuws haalde de voorpagina van de Telegraaf - ging de Mi Amigo naar buiten en naar internationale wateren. Pas op 30 september begon men te testen op 259 meter met een looptape met muziek van Ray Connif and his Singers. Het was die gedenkwaardige dag van de golflengte wisseling van Radio Veronica en de zeer opzienbarende ‘kaping’ van de 192 meter door RNI 2. Een onvergetelijke dag was dat.

Eind 1972 was ik samen met Herman in IJmuiden aan het kijken naar het binnenvaren van de Mi Amigo. Zoals u weet was er wat onenigheid aan boord tussen de Nederlanders en de Engelsen, waar ook een Nederlands fregat van de Marine maar een oogje in het zeil hield. Enfin, Herman en ik staan daar te kijken, ik neem wat foto’s en zie dat er nog een knaap staat te fotograferen en dat was de allereerste klant van mij: Piet Treffers uit Beverwijk. Piet Treffers werd de tweede voorzitter van SMC, de eerste was mijn neef Jan Julsing uit Leiden. Op 1 augustus 1981 heb ik Piet Treffers naar SMC gehaald. De reden was dat neef Julsing helaas niet de capaciteiten had om deel uit te maken van het bestuur van een stichting. Piet Treffers kwam op het briljante idee om de SMC Audio Magazines te maken. Uiteindelijk zijn dat er 75 geworden. Dat ging als volgt: zijn taperecorders draaiden dag en nacht en na een paar dagen ging hij monteren. De muziek werd eruit geknipt en interessante gebeurtenissen werden bewaard. SMC adverteerde met die audio magazines. Werd er een besteld dan ging er een telefoontje naar Beverwijk en Piet deed, na duplicatie de cassette op de bus. Het zal rond 1992 geweest zijn dat Piet het voor gezien hield. Ik kreeg een briefje van hem dat hij nog een Radiodag in Utrecht niet zinvol vond. Hij trok zich terug. Daar had ik geen last van, want ik reed die dag met Felix Mensingh mee, ondertussen een goede (zaken) vriend geworden. Boven werd er een Paranormaal Beurs gegeven en beneden de Radiodag.

Ik ben door mijn ouders vrij beschermd opgevoed en zoals ik al meldde heb ik nooit meegedaan aan demonstraties en andere, in mijn ogen, flauwe kul. Het was niet omdat ik niet demonstreren mocht. Maar al die onzin van ‘ban de bom’ en andere acties, daar voelde ik helemaal niets voor. Een uitzondering maakte ik echter voor de grote demonstratie voor het behoud van de zeezenders in Den Haag die ik mentaal wel steunde, Immers was onze democratie op sommige punten gewoon volksverlakkerij. Denk maar aan de anti-REM wet, die in 1964 door de Tweede Kamer werd heen geloosd! Onzin vind ik ook de toenmalige gangbare mening dat je als je jong bent, links moet zijn en dan langzamerhand naar rechts zou moeten opschuiven. Ik was en ben altijd liberaal gebleven.

Fysiek kon ik er niet bij zijn in Den Haag, want ik zat net een blauwe maandag bij de ABN-bank, afdeling reclame. Mijn chef hing in die tijd tegen overspannenheid aan en hij kreeg ook weinig steun van zijn superieuren. ABN plaatste advertenties in een hoop kranten in Nederland en die advertenties moesten vergeleken worden met de facturen, die vervolgens voor de gemaakte advertenties verschenen. Op een dag had ik een dergelijke factuur in handen en ik zag dat ABN geen zogenaamd milimetercontract met de krant had aangegaan. Je kunt je voorstellen dat een advertentie zonder contract duurder is dan een advertentie waarbij je een contract per jaar afsluit. Ik maakte dan ook, in mijn opinie, een voorzichtige opmerking. Mijn chef werd vervolgens compleet hysterisch en vroeg zich af waar ik me mee bemoeide. Enfin, ik heb er mijn proeftijd uitgezeten en was daarna weg. Wel hield ik vervolgens nog gedurende een aantal jaren contact met twee van mijn collega’s. Yvonne en een man van mijn leeftijd. Ik heb van haar destijds nog wat foto’s gemaakt in het Vondelpark met een t shirtje van een of andere zeezender erop. Hans zal de foto wel ergens hebben in zijn archief.

Na mijn werkperiode bij de ABN kwam ik in dienst van Phonogram. Ik zat daar tegenover een chef, die de hele dag aan het kreunen was. De man had een gebit in zijn mond, zo rot als een mispel, maar hij durfde niet naar de tandarts. Soms was hij er zo beroerd aan toe, dat hij niet eens de telefoon opnam. Ik heb daar bij Phonogram ook in de keuken mogen kijken van de hitlijsten. Stel je hebt een single die niet zo lekker loopt qua verkoop. Je maakt dan een deal met een groothandel en zet dat op papier – in consignatie - verkoop je 10 000 stuks. De single komt vervolgens op de top 40 lijst te staan. Vervolgens komt er vraag van de platenboeren, want de plaat staat in de lijst. Dan start dus onmiddellijk de echte vraag naar de plaat.

De liefde voor de grammofoonplaten heb ik geërfd van mijn vader Die ‘sneed’vroeger zijn eigen platen. Dat deed hij met schallak op 78 toeren in die tijd. Na zijn overlijden in 1997 zijn er platen van het bezoek van Koningin Wihelmina aan Amsterdam, diverse sketches van Snip en Snap naar het Omroepmuseum verhuisd. Enige honderden boeken en grammofoonplaten gingen met hetzelfde busje mee naar de archieven in Hilversum. Tijdens de Phonogram tijd kon ik ongebreideld LP’s kopen en dat heb ik dan ook gedaan. Senior deed ik daar echt ook een groot plezier mee. Later werd het kantoor van Phonogram, gevestigd aan de Drentestraat in Amsterdam opgeheven. Alles verhuisde vervolgens naar Baarn, alleen de debiteurenincasso verhuisde naar Polydor in Rijswijk. Ik heb de verhuizing niet afgewacht en ben toen weer terug gegaan naar mijn oude baas, de uitgeverij Diligentia aan de Roemer Visscherstraat te Amsterdam, nabij het Leidseplein. Dat was echt heerlijk, want ’s zomers ging ik dan met collega’s wandelen in het Vondelpark.

Een recente herinnering gaat over een boek. Auke Kok mailde me met de mededeling dat er een herziene uitgave gaat komen van zijn boek met een nieuw kaft als omslag. Ik maak vervolgens hier melding van in de nieuwsgroep zeezenders en weet zeker dat bijna iedereen over mij heen zal vallen want in hun ogen spam ik. Nu moet je dat ‘bijna iedereen’ niet letterlijk nemen want de kopers van het boek zijn juist degenen die niet in de nieuwsgroep reageren maar uitsluitend lezen. Daarna kopen ze het boek en daar moet ik het van hebben. Wat denk je hoeveel personen er over me heen vielen? Ruim zestig reacties van die mongolen, pardon… fans. Vaak betreft het mensen die uit pure zuinigheid nooit wat kopen, lopen te hoop tegen dat boek. Het blijft, in mijn ogen, een achterlijk gedoe dat ze telkens zo reageren.

Natuurlijk begrijp ik wel waarom ze met een herziene druk willen komen. De uitgever plaats nu op het kaft een foto van de Norderney omdat op de vorige uitgave een foto stond van de Borkum Riff en je altijd oenen hebt die dat schip niet kennen. Heeft men dat wel overwogen in de nieuwsgroep dat het een reden kan zijn? Welnee, ze zeuren en jammeren gewoon verder. Iemand meent dat ik teveel spam en te weinig te melden heb. Op een gegeven moment werd er gememoreerd dat de Norderney exact op 18 april 1973 weer door Smit Tack van het strand van Scheveningen werd gehaald en naar volle zee gesleept werd. Hans Knot vond die datum erg toevallig, zo heeft hij vele malen tijdens verschillende gelegenheden laten horen en ook neergeschreven in één van zijn boeken.
(Ik heb ook deze menig en heb redenen om dat aan te nemen. Ik had daar een keer Bull Verweij gevraagd hoe dat zat met het weer vlottrekken op de ochtend van de demonstratie en als antwoord grijnsde Bull met de woorden: “Symbolisch hé?”).

Nu we het toch over slepen hebben, maar even terug naar 1968. Ik heb recentelijk ook weer eens het vreemde gebeuren rond het binnenslepen van de Fredericia en Mi Amigo aangehaald van zondag 3 maart 1968. Ik dacht tijdens het schrijven dat daar een stortvloed van reacties op zou komen. Nee, dat onderwerp is voor velen toch te hoog gegrepen. Er was echter een clever persoon bij en die verbaasde zich ook al dat het Caroline management, of wat daarvan moest doorgaan, niet meteen beide schepen hier voor de kust parkeerde. Hadden ze dat gedaan dan scheelde het immers in bevoorradingskosten. De Engelsen beschouwen de Hollanders vaak toch als Hottentotten dus dat kwam in hun hoofden niet op. Met het rampzalig gevolg voor Radio Caroline dat de rekeningen, die niet betaald werden, (synoniem aan Ronan) opliepen en het Wijsmuller te gek werd. Vervolgens maakten de Wijsmullers de rampzalige fout om beide schepen de haven van Amsterdam binnen te slepen. De handelswaarde van beide schepen was misschien een miljoen gulden, zodra ze in de haven van Amsterdam waren gesleept waren ze hooguit de oud ijzer prijs waard. Twee jaar geleden, tijdens een verjaardagfeestje van mijn neef, hoorde ik van een vriend van hem, die bij de Wijsmullers werkte in die tijd, dat de gebroeders Wijsmullers altijd ruzie met elkaar hadden, dus elkaar zaten tegen te werken.

Als je het over Rob Olthof hebt kun je niet om het onderwerp handigheid heen. Tja, mijn vader timmerde, schilderde, soldeerde en ik keek toe. Foutje misschien om zijn handigheid niet op mij over te brengen hoewel ik eerlijkheidshalve wel moet zeggen dat ik nooit aanleiding en interesse heb getoond in timmeren en solderen. Ik kan me nog wel herinneren dat hij destijds bij Aurora in de Vijzelstraat een bouwpakketje kocht van de allereerste Robijnversterker. Avonden lang heeft hij vervolgens zitten solderen en prutsen. Een monouitvoering was dat destijds. En jawel hoor, het ding was klaar en ik kreeg de versterker van hem. Dolblij was ik. Helaas ging die blijheid snel over want na een dag of wat kwam er spontaan een dikke witte rookpluim uit de versterker. Binnen het apparaat was alles doorgebrand. Pa Olthof ging terug naar de winkel van Aurora en zowaar kreeg hij een complete gemonteerde set terug. En ik kan je melden dat die versterker het jarenlang tot volle tevredenheid heeft gewerkt.

 

Deel 2

Enige jaren geleden besloten Michael Bakker, Ad Bouman, Tineke de Nooy om tijdelijk een middengolf zender te huren en gedurende een week op de 1224 kHz Veronica te laten herleven. Na het overwinnen van een groot aantal problemen werd bekend gemaakt in de pers en op de avond voor de start op de televisie dat de volgende dag Veronica tijdelijk weer terug was op de middengolf. Ik had bij hen een aantal spots gekocht en deze bleken meteen zeer succesvol. Ik adverteerde met de dubbel CD “Het grote Bull Verweij interview”gemaakt door Jelle Boonstra en Hans Knot. In een week tijd verkocht ik dozen vol van deze CD en het aantal telefoontjes thuis was ontelbaar, zo veel zelfs dat ik besloot van kantoor maar een aantal dagen vrij te nemen om aan de telefoon te zitten.
In de pauze op kantoor bracht ik Albert Heijn tassen vol pakjes naar het postkantoor. Tot midden in de nacht werd er gebeld.
Ruim een week nadat de uitzendingen beëindigd waren, werd ik gebeld door een zeer emotionele dame. Zij vertelde me dat haar broer in het ziekenhuis lag en medisch was opgegeven.
Hij had van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat geluisterd en hij vergat zo de pijn. Zij vertelde me dat nadat de uitzendingen gestopt waren, hij een half uur later was overleden. “Wilt u
Meneer Olthof al die programmamakers bedanken namens mij. Ik kan het momenteel niet aan”. Uiteraard heb ik haar verhaal verteld aan Michael Bakker. Ik had een brok in de keel, want zo iets had ik ook nog nooit gehoord in al die jaren. Ik heb haar heel veel sterkte gewenst.

Een tijd later vernam ik van Michael Bakker dat zij voornemens waren hun kabelstation Radio Gooiland in Okay FM en dat ze ook in Amsterdam op de kabel zouden komen. Ik reisde opnieuw naar Hilversum af waar de studio stond om over spots te praten. Inmiddels breidde de steden waar Okay FM te ontvangen was zich steeds verder uit. Uiteindelijk besloot men om de naam te wijzigen in Radio 192 en op een zeer hete vrijdagmiddag in de zomer kwam men tevens op de 1332 kHz.
Ik had voor de dag een uurtje eerder vrijgenomen en treinde naar Hilversum met de camera om e.e.a. op te nemen. In een party tent was “tout “Hilversumse matras aanwezig, waaronder Barry den Hartog, vroeger acquisiteur voor Radio Monique en thans al jarenlang voor o.a. Sky Radio. Ad, Michael, Bull en Tineke zouden de “aftrap”doen voor Radio 192, live vanuit de Party tent. Nou, dat liep stevig in het honderd want Ad had bepaalde dingen niet goed geregeld. Maar gezellig werd het.
Ik nam een half jaar contract en bleef adverteren met de dubbel CD “Het grote Bull Verweij interview”, na een half jaar reclame had ik ongeveer 2 dozen CD’s verkocht. Maar ja, wie niet waagt, die niet wint nietwaar?

Anja X
Velen van u zullen zich ongetwijfeld Hotel Die Raeckse herinneren. In de jaren 70 en 80 werden daar o.a. Platenbeurzen georganiseerd en later ook de radiodagen van smc. Toen ik succes begon te krijgen in het organiseren van Paranormaal Beurzen ben ik die ook gaan doen in Die Raeckse.
De zoon van mijn compagnon had in die tijd een zeer succesvolle CD uitgebracht en in het Haarlems huis aan huis blad werd daar op de voorpagina aandacht aan besteed. Dat resulteerde in een enorme toeloop van mensen op een bewuste zondag. Wij hadden in die tijd een zeer beroemde hypnotherapeut in ons gezelschap en op die zondag kwam hij binnen met zijn vrouw en een roodharige dame. De beurs was nauwelijks begonnen of roodharige dame begon alle tafeltjes af te lopen en legde overal folders neer. Tenslotte kwam ze bij ons en vertelde enthousiast dat ze een tijdschrift op het gebied van new age zou gaan beginnen en alvast adverteerders zocht.
Ik was enigszins verrast door haar aanpak en uitstraling. Zij noteerde mijn telefoonnummer en zei dat ze binnenkort contact met me zou opnemen.

Buitenaards leven
Enkele weken later belde ze op en vroeg me of ik naar haar toe wilde komen in Hilversum. We spraken bij haar thuis af. Ze vroeg me of ik haar boek wilde uitgeven. Wat was het geval?
Ze was ontvoerd door buitenaardse wezens. Het manuscript mocht ik niet inzien, maar dat zou ze op korte termijn bij Felix Offset ( mijn zakenpartner) afgeven. U begrijpt het al: het boek is er nooit gekomen. Weken later hoorden wij van de hypnotherapeut dat hij Anja niet meer wilde zien, want “dat kind is zo gek als een deur”. Tot zover Anja.
Een jaar later zitten wij (Hans Knot en een paar andere mensen) met Bull Verweij aan tafel en Bull vertelde me dat hij “een honds brutaal meisje aan de deur had gehad die zijn dubbel cd had geleend voor uitzending op een lokaal radiostation”. En wie was dat brutale meisje? Inderdaad, Anja X.
Een jaar of wat later vertelde Michael Bakker dat hij Anja X ontmoet had bij de programmaraad van een stad. Daar was hij om Radio 192 op de kabel aldaar te krijgen. Een onmogelijk mens aldus Michael.
De wereld is klein.

 

Deel 3

Ik kan me zo voorstellen dat wanneer je een aantal jaren bij een bedrijf hebt gewerkt en er komt van dat bedrijf een boek uit over de bedrijfscultuur met foto’s van je (voormalige) collega’s dat velen zo’n boek graag in hun bezit willen hebben.
Wat dat betreft tref ik het niet, want noch van Phonogram, noch van Diligentia, noch van Tetterode is er een boek verschenen. Ik schrijf dat hier zo expliciet op omdat ik me er over verbaas dat discjockeys- op een enkele uitzondering daargelaten- nooit dat soort souvenirs kopen. Ik heb het daar wel eens met anderen over gehad en velen hadden ook al
de zelfde conclusie getrokken. Nu loop ik al vele jaren mee in dit wereldje maar een afdoende antwoord hierop heb ik nooit gekregen.

Mi Amigo
In de nadagen van 192 waren Felix, Michael en ik aan het filosoferen of het na het definitief einde van 192 leuk zou zijn om een webstation op te zetten. Michael overtuigde ons ervan dat een boek mensen zoiets zeer zouden appreciëren en bovendien: iedereen heeft toch tegenwoordig een PC dus het moet mogelijk zijn om een groot aantal mensen te bereiken. Zo gezegd, zo gedaan. De computer werd in Monster geparkeerd: Felix en ik hebben de PC daar gekocht en een stel fanatieke radioamateurs hebben de hele handel in elkaar gezet.
Na ruim een week kwam Mi Amigo “in de lucht”. Allengs kwamen dj’s zich melden. SMC zat erop met een aantal spotjes en weldra meldden zich een aantal bedrijven voor reclame en ik kan me herinneren dat ik ’s avonds gebeld werd door een Belgische krant die wilde weten of “alle vroegere Mi Amigo jocks” terug zouden komen op het webstation. Een aantal maanden verstreken en opeens droogden de inkomsten op. Logisch natuurlijk, want al je promotie moet maken voor 40 personen, dat is het gemiddeld aantal luisteraars van een webstation, schiet dat dus niks op. Wel werden er regelmatig bijeenkomsten georganiseerd voor het “personeel” bij Martien Engel thuis. Het werd Felix en mij duidelijk dat we niet uit de kosten zouden komen. Michael Bakker wilde Mi Amigo toen van SMC overnemen. Dat gebeurde per 1 sept 2003.
Michael werd het al snel duidelijk dat hij het ook qua inkomsten niet ging redden en opnieuw werd Mi Amigo webradio verkocht. Het probleem is altijd met webradio’s het zelfde: hoe draai je quite?

Radiodag 2008
Het was weer gezellig druk in Hotel Casa 400. Ik zag na jaren Erik de Zwart weer terug die zich erover verbaasde dat Freewave nog steeds bestond. Ook kwam ik Louis Stuster weer tegen: die had ik ook in geen 25 jaar meer gezien. Louis was een van de oprichters van het befaamde Radio Unique in Amsterdam. McCloud met zijn grote cowboy hoed was er ook: het is me een raadsel hoe die man zich staande weet te houden als je de hele dag door bier drinkt zonder dronken te worden. Dat moet een “gave”zijn. Ik feliciteerde Johnny Lewis met zijn huwelijk. Enigszins vertedert liet hij me een sms-je zien van zijn “dochter”van 17 jaar die pappa zo miste. Ook liep daar “Mandy” rond, een vrouwspersoon die programma’s maakt voor Seagull en Caroline. Ze liep rond met broeierige blik van “pluk me, pluk me”. De heren waren echter behoorlijk aan de Heineken en dat dempt het libido. Na half zes rekende ik de bonnen af met de barman en vertrok spoorslags naar de metro. Die avond namelijk ging ik naar Carre om daar Herman van Veen te gaan zien. Carre is een pracht theater echter je moet niet te lange benen hebben, want de beenruimte is er zeer beperkt. Ik voel het dagen later nog in mijn knieën.

Melancholiek
Het stormde onlangs en door het klapperen van de ramen en het geluid van stoelen op het balkon die heen en weer gingen kon ik de slaap niet meer vatten. Ik besloot in mijn pc maar een dvd tje te stoppen met opnames van RNI stomende van de Scheveningse kust naar
Clacton on Sea in Engeland. Ik kan me herinneren dat op een avond in maart 1970 men vertelde dat het anker opgehaald zou worden zodat men vanaf zeven uur ’s avonds naar Engeland zou vertrekken. Ik beluisterde ruim een uur lang Carl Mitchell en ik was zeer onder de indruk van zijn stem en zijn manier van presenteren. Helaas is hij niet meer onder ons. Met een schok realiseerde ik me tevens dat ik toen net 24 was en nu ben ik 62!! Luisteren naar die oude opnames doet in een flits je hele jeugd voorbijkomen!


Delen 4+5

Kerst
Als je met je vrienden en kennissen gezellig zit te kletsen dan wordt weleens de opmerking geplaatst: “ik zou weleens in de toekomst willen kijken”. Nou dan geef ik als antwoord: ik zou de tijd weleens even willen terugdraaien: Kerst vieren toen “de familie”nog allemaal leefde, mijn grootmoeder kippen grilde in de keuken, mijn oom dagen bezig was om de kalkoen op te vullen. In de kersttijd denk ik daar graag aan terug.
Die keer dat de hond van mijn neef om volkomen onduidelijke reden werd opgesloten in de keuken van hun huis in Noordwijk. We hadden net het voorafje op toen mijn tante de kalkoen op tafel wilden zetten. Weg kalkoen. De bouvier van mijn neef had kans gezien de hele kalkoen – bestemd voor 12 personen – in zijn geheel op te eten en… geruisloos. Hij had met zijn poot heel voorzichtig de deksel van de pan gehaald en heel voorzichtig op de grond in de keuken de kalkoen opgegeten. We waren niet kwaad. De hond had een top Kerst nietwaar?

Mulo
Ik zou ook nog weleens terug willen keren- voor 1 dag dan- naar de Mulo, waar klasgenoot Jan Akkerman met gitaar de klas binnenkwam en tijdens de lessen aan de snaren zat te pulken.Meneer Boumeester op zijn harmonium zijn gezangen ( Jesu bleibet meine Freide) zat te spelen. Tijdens de leswisselingen werd nogal eens het gespeelde repertoire van Radio Caroline besproken.

Noordwijk, Paradiso & Zandvoort
Ik zou nog wel eens met mijn oom op het strand van Noordwijk willen kijken naar het REM eiland, waar zomer 1964 helicopters landden om
programmabanden en andere spullen te brengen. Ik zou de opening van Paradiso weer willen meemaken, waar de redactie van Hitweek aanwezig was en Phil Bloom bevallig op het toneel danspasjes maakte. Ik zou Reneetje, mijn Paradiso vriendinnetje weer eens willen ontmoeten.
Ik zie me nog in het Concertgebouw staan “zingen”met het koor van de Vredesscholen onder leiding van Theo van de Bijl. Ik denk met genoegen terug aan de hete zaterdagmiddag in augustus 1970 op het strand van Zandvoort waar ik ademloos naar RNI luisterde toen Kees Manders poogde
RNI over te nemen. Ik hoorde mijn vader nog zeggen: “Wat gebeurt daar in vredesnaam?”. O pa, niks aan de hand: Kees Manders probeert het schip te enteren. Kees Manders was al jaren bekend als een enigszins “louche”uitbater van een horeca gelegenheid aan het Rembrandtsplein in Amsterdam. Ik kan me nog herinneren dat ik maanden later bij hem thuis kwam in Zandvoort, ik zijn schilderijen moest bewonderen en hij uit het raam keek en tegen mij zei: dat mokkel is Zwarte Riek ( zijn vrouw). Tja…. Laatst zal ik bij Felix Offset, een goede zakenvriend van me om hem erop te wijzen dat het maken van digitale fotoalbums een zeer grote “winstpakker”kan zijn. Ik had als voorbeeld een fotoboek van Caroline North bij me. Met enige spijt in mijn stem zei ik: “Felix, als we in 1968 de Fredericia hadden gekocht en voor de kust van Scheveningen hadden gelegd, waren we nou “binnen gelopen” stond mijn Rolls Royce met chauffeur buiten te wachten. Tja, als je alles van tevoren weet. Ik zou nog wel eens met mijn vader door het Amsterdamse Bos willen lopen, vooral die keer toen Pink Floyd daar speelde. “Wat is dat voor een gejammer? “vroeg hij aan mij.
“Dat is Pink Floyd pa, daar heb ik een paar LP’s van”. Hij zuchtte maar weer eens.

Teloorgang platenindustrie
In de jaren zestig en zeventig wemelde het van de platenzaken. Nu moet je het doen met Van Leest (redelijk) en Free Record Shop ( waardeloos)
en nog een paar “independants”. De teloorgang van de platenindustrie is maar gedeeltelijk te wijten aan het downloaden, immers kopiëren deden we in de jaren zestig ook al. Nee, mijns inziens ligt dat meer aan de arrogantie van de platenmaatschappijen die te weinig aandacht aan de artiesten besteden. Mooi voorbeeld is nog altijd Ilse de Lange, die 80 000 cd’s verkocht ( haar eerste cd notabene) en waarvan door Warner Bros het contract werd opgezegd. Sommige maatschappijen hebben suïcidale neigingen!

Zelfs James Bond is niet meer James Bond. Vanaf 1963 las ik de bond verhalen van Ian Fleming, notabene het eerste boek dat ik las was From Russia with love tijdens een logeerpartij in London bij een vriendin van mijn moeder waarvan haar man werkte bij de Secret Service. Mi 5 of 6, geen idee. Bond was een echte Engelsman met typisch Engelse humor, kortom een heer met een blaffer op zak! Kom daar nou maar om. Sean Connery en Roger Moore aan de kant gezet( ze werden natuurlijk wel te oud) en daarvoor kwam in de plaats meneer Craig, een gorilla die alleen maar schiet en vecht in een waardeloos flut verhaaltje. Ontploffinkje zus, knalletje zo. Geen spanning meer, nee daarvoor komt in de plaats een knal of ontploffing.
Zelfs de vrouw van een vriend van mij uit De Meern vond de laatste Bond niet veel aan en zij is Bond freak, want ze heeft elke dvd van hem.
John Barry zorgde voor een fantastische Bond tune en elke Bond tune in een film had wel de potentie om een hit te worden, tja,.totdat Casino Royale verfilmd werd. Waardeloze muziek, geen hit!

Over hits gesproken: jarenlang was Bing Crosby’s uitvoering van White Christmas de best verkochte single ter wereld. Later werd dit succes overvleugeld door Elton John’s Candle in the wind, een uitvoering met een nieuwe tekst naar aanleiding van de tragische gebeurtenissen rondom Prinses Diana. En wat zien we op de Top 2000 van Radio 2: Candle in the Wind op nummer 376 en Bing Crosby’s White Christmas op nummer 1076.
En weer staat Queen op 1. Met andere woorden: populariteit van muziek is dus niet evenredig met de verkochte aantallen? Vreemd hoor.

In de Kersttijd werd er ook een documentaire uitgezonden over Mies Bouman, KRO’s eerste omroepster. Reeds in oktober 1951 mocht zij programma’s aankondigen. Mies is voor mij de heldin inzake “Open het Dorp”uit 1963, waarbij ze het presteerde om 23 uur lang live te presenteren vanuit de RAI in Amsterdam. In korte tijd werden er miljoenen opgehaald om een dorp voor gehandicapten bij Arnhem uit de grond te stampen.
Een tijd later werd zij verguisd omdat zij ( heilige!) medewerkte aan het programma “Zo is het toevallig ook nog eens een keer”. In de derde uitzending werd er een persiflage over de televisie uitgezonden: “Miljoenen zitten aan het heilige beeld gekluisterd. O Vader, geef ons dagelijks het beeld”enzovoort enzovoort.
Alsof de pleuris uitbrak in Nederland. Ik heb die historische uitzending gezien bij mijn grootmoeder destijds en dacht meteen: O daar komt rottigheid van. Nou en die kwam er. Ze kreeg politiebewaking ( de dorpsagent uit Blaricum stond voor de deur) en dozen met poep erin!
De Nederlandse kijker was satire nog niet gewend! Later werd Zo is het toevallig ook nog eens een keer opgevolgd door Hadimassa. ( Ook van de VARA).

Ziet u nog een Western op de televisie? High Chaperell, Bonanza, The Virginian, noem maar op. Nooit meer! Waarom niet? Geen idee.
Is het genre helemaal uit de mode? Geloof ik niks van. In de jaren zestig en zeventig zag je de beste serie van Duitsland, Engeland, Frankrijk
en Amerika op het scherm. Nu is het voor 80% Amerikaans wat de klok slaat. OK, er komen nog wel een paar goede Engelse politie series op het scherm en wat me daarbij opvalt is de toename van het geweld en gruwelijkheid van (misschien) het dagelijkse politiewerk.
“Een hevig protesterend slachtoffer wordt gedwongen bleekwater te drinken; een man hangt ondersteboven, met afgesneden vingers; een seriemoordenaar bewaart afgesneden ledematen als trofeeën in een doos. Scènes uit een horrorfilm? Nee hoor. Het zijn recente voorbeelden uit Britse televisieseries als Taggart en Trial and retribution, uitgezonden door de publieke omroep in Nederland en Belgie.
Vijftien jaar geleden zou Inspector Morse nog zijn hoofd hebben afgewend bij een vuistslag in het gezicht van een verdachte. Tegenwoordig moeten lichtvoetige detectivedrama’s zoals Inspector Lynley vaker wijken voor gewelddadige psychologische thrillers met soms gruwelijk geweld.Menselijke en humoristische detectiveseries met maatschappelijk relevante thema’s delven het onderspit. Inmiddels is men er bij de televisiemaatschappijen er achter gekomen dat het publiek niet zit te wachten op overbodige wreedheden. Bij de BBC constateerde men dat de kijkcijfers van Dalziel & Pescoe
terugliepen omdat er heftige martelscènes in bepaalde afleveringen voorkwamen. Inmiddels is ook David Jansen, bekend als inspector Frost van plan met de serie te stoppen omdat hij te oud wordt. In Frost kwamen geen expliciete gewelddadigheden voor gelukkig. Wel was er veel plaats voor humor net als in de serie Midsomer Murders en Foyles War. En Duitse series? Waarom worden de afleveringen van Derrick niet herhaald?
Een traag verlopende handeling, maar sympathiek. Waar blijft Tatort? Waar blijft Ein Fall fur Zwei ? Gelukkig kwam hier wel Flikken uit België op het scherm, waar heel weinig geweld in voorkwam. Ik zeg met nadruk: voorkwam. Verleden tijd. Zit ik naar het 9e seizoen van Flikken te kijken en daarop word ik “getrakteerd”op een verkoold lijk. De serie mag bekeken worden door 6 jarigen en ouder. In die tijd las ik Pinkeltje…


Deel 6

Radio Londen vanuit Zutphen.
Kort na Nieuwjaar besloot ik de Kerstspullen naar de berging te brengen. Die staat behoorlijk vol, want na mijn verhuizing had ik in plaats van 160 m2 maar 85 m2 woonoppervlakte + een berging. Ik ging eerst de boekhouding van het jaar 2000 en 2001 in de papierbak gooien. Vervolgens leegde ik een aantal ordners en in een van de ordners vond ik een aantekening: Zutphen, Honnecker rijtuig. Ik dacht meteen aan Peter Jansen en zijn “Radio London”. Jaren geleden werd ik door hem opgebeld met de vraag of ik nog een cd in de verkoop had van de Radio London jingles. Hij wilde die kopen, want Olthof: over een paar maanden zit ik door het hele land op de kabel met Radio London. Je kan nog meer voor me doen aldus Peter Jansen: wil je voor me naar Engeland gaan en alle ex dj’s van Radio London destijds uitnodigen om hier te komen werken. Je kan ze een baan aanbieden. Op mijn vraag of hij bekend was met de adressen van die lui moest hij ontkennend antwoorden. OK, zei ik. Ik kom via Hans Knot daar wel achter: maak maar fl. 10.000,-- over en dan ga ik wel kijken. Om een lang verhaal heel kort te maken: tot heden heb ik die fl. 10.000,-- niet ontvangen, derhalve bleef ik dus in Amsterdam zitten. Die CD heeft hij wel betaald en ontvangen! Weken later belde hij opnieuw: die Engelse dj’s waren kennelijk niet meer nodig, maar nu wilde hij met Felix en mij een afspraak maken. De vrouw of vriendin, daar wil ik van af wezen, vond new age muziek zo mooi en Peter wist dat Felix en ik ( Felix is mijn zakenpartner bij o.a. new age beurzen) in de paranormaal beurzen business zaten.
Hij maakte op de drukkerij een afspraak met ons. Peter Jansen maakte tijdens het onderhoud met ons een warrige indruk. Het format van Radio London zou een allegaartje worden van pop, easy listening, volksmuziek, jazz en new age. Via zijn station zou er reclame gemaakt worden voor onze paranormaal beurzen. Na een uurtje stapte hij op. Een week later zou hij op alle kabelnetten van Nederland zitten aldus Peter Jansen.
Op mijn vraag wie de grote geldschieter was, antwoordde hij: Stichting Doen. Stichting Doen is een onderdeel van de postcodeloterij gevestigd aan de Van Eeghenlaan in Amsterdam zuid, en die ligt evenwijdig aan de Willemsparkweg. “Je moet gewoon je business plan indienen en dan ontvang je de centen”aldus Peter Jansen. Felix liet na het gesprek Peter Jansen uit en ging weer zijn kantoor binnen. Daar stond de eigenaar van het kantoren-pand al op hem te wachten. “Felix, ik weet niet met wie je zaken doet, maar deze man maakt een uiterst ongunstige indruk op mij. Hij stond al uren geleden op de binnenplaats op je te wachten en liep maar in kringetjes rond”.

Veertien dagen later nam ik de trein naar Zutphen en op het rangeerterrein stond inderdaad een Honeckerrijtuig. Daar aangekomen trof ik Peter Jansen aan met zijn benen op tafel. Het maakte allemaal een chaotische indruk. Jonge knulletjes zaten wat te rommelen aan apparatuur en een derde rangs dj draaide wat platen. Tijdens de uitzendingen werd er steeds melding gemaakt van treinen die in Nederland te laat zouden arriveren of helemaal niet zouden rijden. Kennelijk had men een deal gemaakt met de Nederlandse Spoorwegen.

Eric Wiltsher
Regelmatig lees ik op de Anorak pagina’s verhalen, commentaren en opmerkingen van de hand van Eric Wilther. Eric was betrokken bij een aantal radiostations die via de toendertijd analoge Astra satelliet werden uitgezonden. Ik herinner me QEFM, een easy listening station ( tevens de reden waarom ik mij destijds meteen een schotel aanschafte), Country Music Radio en Euronet. Allemaal stations die een korte tijd gebruik maakten van de Astra satelliet. Helaas allemaal verdwenen. Jaren geleden waren Hans en ik weer eens in Londen en hadden een afspraak gemaakt met Eric Wiltsher. Eric was bezig met de voorbereidingen voor de herstart van Radio Luxemburg. Studio’s zouden in Londen gevestigd worden.
Eric haalde ons met de auto op. We zouden met elkaar van gedachten gaan wisselen in een heel rustige pub aldus Eric. In de auto had hij zijn radio staan op de 1440 kHz. “Dit zijn testuitzendingen van Radio Luxemburg aldus Eric. Ik dacht er het mijne van… We kwamen een heel drukke pub binnen en door onze hoofden vlakbij het hoofd van Eric te houden konden Hans en ik flarden opvangen van het verhaal wat Eric ophing. Niet nodig te vertellen dat er van een herstart van Radio Luxemburg niks terecht is gekomen.

Radio Caroline top veertig periode (1964-1968)
Mijn absolute favoriete dj’s waren Robbie Dale en Johnnie Walker. De laatste startte zijn programma om negen uur ’s avonds met “warm and tender love”van Percy Sledge. Als ik maar even tijd had luisterde ik naar hen. Mijn enthousiasme was heel groot toen bleek dat Johnnie Walker onze radiodag zou bezoeken en zelfs Robbie Dale zou komen. Ik heb genoten van alle verhalen die ze vertelden over hun avonturen aan boord,.Johnnie had een boek over zijn radiobelevenissen geschreven. Dat boek heb ik nooit in handen gehad. Ik kreeg wel de cd’s in handen, want Johnnie heeft zijn boek ook voorgelezen. Verontrustend vond ik dat hij in de jaren na Caroline wat labiel was geworden: hij hield zich bezig met reiki en andere flauwekul. OK, zegt u nu: Olthof jij organiseerde paranormaal beurzen. Dat klopt, maar niet omdat ik in die zweverige toestanden geloofde, maar alleen voor het geld dat het opbracht. SMC kan onmogelijk bestaan van uitsluitend inkomsten van Freewave en een radiodag. Ook heden ten dage beluister ik Johnnie Walker nog en wel via zijn programma’s op BBC radio 2.


Deel 7

Oplichter misbruikte woningnood.
Huis 50 x verhuurd
Amsterdam, 22 oktober 1962- Tenminste zes, maar vermoedelijk meer dan vijftig woningzoekenden zijn door de 66 jarige Amsterdamse administrateur J.C. H. opgelicht voor bedragen tussen de 250 tot 2000 gulden. Rechercheurs hebben de man gistermiddag in Hotel Americain gearresteerd. De administrateur is al meermalen veroordeeld wegens oplichtingen. H. zocht contact met woningzoekenden door te schrijven op advertenties of door zelf te adverteren. Vervolgens vertelde hij, dat zijn huurhuis aan de Willemsparkweg 121 vrij kwam, omdat hij, daar zijn vrouw overleden was, bij zijn zuster in Wassenaar ging inwonen. H. vertelde dat de huiseigenaar Olthof een goede vriend van hem was, zodat er geen enkel probleem zou rijzen. Zijn enige voorwaarde was, dat de nieuwe huurder de vloerbedekking en de gordijnen zou overnemen. Het verschuldigde bedrag liet H. zijn slachtoffers vooruit betalen.
Woningzoekenden die later contact zochten met de huiseigenaar kregen te horen, dat H. een notoire oplichter was. Gisteren was hij “zaken aan het doen”met een Hilversummer, toen de politie hem greep. De gesprekspartner had de politie ingelicht over zijn ontmoeting met H.en kreeg toen de raad de afspraak in het hotel na te komen. De recherche zal H. vandaag uitvoerig verhoren. Volgens de politie heeft de administrateur met de woningzoekenden ontvangen geld zijn schulden afbetaald. Er is geen cent meer over. Het is niet onmogelijk, dat H. met zijn kwalijke praktijken vele tienduizenden guldens heeft opgestreken.
Een van zijn cliënten heeft het geld terug: hij drong vrijdagnacht met vier sterke vrienden het huis van H. binnen en haalde het geld terug.
De huiseigenaar zegt dat hij de politie enige tijd geleden al gewaarschuwd had voor de praktijken van de administrateur, die nog een vonnis van een half jaar moet ondergaan.

Bovenstaand stukje stond in Het Parool destijds. Mijn grootvader- hofkapper van Wilhelmina- kocht het huis aan de Willemsparkweg in 1922. Het huis met 3 etages was te groot voor een gezin met 3 kinderen, dus werd een etage verhuurd aan Mr. Jolles, destijds president van de Amsterdamse rechtbank. Jolles overleed in 1942 en op last van de Duitse bezetter kwam er een Nederland-Duits echtpaar in. Hij was zogenaamd administrateur en deed hand en spandiensten voor o.a. de SD. Mijn ouders vertelden meermalen dat in de Hongerwinter van 1944 mensen van de SD daar bij de familie H. aten en ’s avonds de botten van de genuttigde kippen in de tuin gooiden. Kort na de bevrijding werkte mijn vader bij het Canadese Leafcentrum, gevestigd in Amsterdam zuid. Een Canadees had mijn vader nog aangeboden om de familie H. aan de dichtstbijzijnde boom op te knopen, maar dat vond mijn oude heer wel wat ver gaan. Het resultaat was dat ze tot de dood van mevrouw H. op hun etage bleef zitten, ondanks pogingen van mijn vader om het huurcontract te beëindigen. “Het oude loeder was dood” om mijn moeder te citeren en meneer H, moest nog wat maanden “opknappen”in de gevangenis. Op een nacht werd er gebeld door een groep mensen met leren jassen aan.
Ze zagen er wat gewelddadig uit. Trillend als een espenblad deed mijn vader open. Ze kwamen voor meneer H. Meneer H. had ze opgelicht voor fl. 10.000,-- en dat geld kwamen ze even ophalen. Na enige schermutselingen op de etage waarbij zeer rake klappen vielen, vertrokken ze weer. Op 1 maart 1963 begon ik met mijn vader de hele verdieping te schilderen en daar zijn we minstens 2 maanden mee bezig geweest. Daarna werd de 2 verdieping woonkamer en keuken. Het souterrain werd verhuurd aan een zekere Arnold Gossimmelinghaus, een telg uit een adellijke familie uit Maastricht, Meneer Arnold, zoals hij zich noemde, was vroeger pater geweest. Wat hij er niet bij vertelde dat hij last had van enige warrigheid in zijn hoofd, waarvoor hij behandeld was geweest. Nadat hij uitbehandeld was, kocht hij een prisma pocket over hetzelfde onderwerp en plaatste een bordje buiten: Arnold, Psychiater.

Meneer Arnold liep altijd in een soort pij rond en kookte de hele dag soep. De soep stonk het hele huis door. Opnieuw moest mijn vader pogingen doen om het huurcontract met heer Arnold te verbreken. Dat lukte uiteindelijk toen zijn familie in Maastricht doorkreeg dat het niet zo goed ging met hem. Op last van zijn familie keerde hij terug naar Maastricht.
Meneer Arnold had een enorme praktijk opgezet in Amsterdam. De bezoekers liepen af en aan. Mijn ouders en ik waren lid van de FTS, dat was een reisbureau die speciale reizen organiseerde naar Frankrijk. De vaste reisleider was een zekere meneer Kort. Groot was de verrassing toen meneer Kort tevens patiënt was bij meneer Arnold. De moraal van dit verhaal:
Verhuur nooit aan particulieren, want je krijgt ze er nooit uit!

Eind 1963 begon mijn vader veel last te krijgen van spataderen en hij besloot de kapperij vaarwel te zeggen. Via een klant van hem waarvan haar man directeur van een verzekeringsmij was kon hij een baan krijgen bij diezelfde maatschappij. De voormalige kapperszaak werd verbouwd tot kantoorruimte.
Daar hebben achtereenvolgend in gezeten: een onroerend goed maatschappij, Bibby Princess Foods
( bekend van de Melba toast), een advocaat en tenslotte nog een firma in integratie zaken. Princess Foods had in het souterrain allemaal etenswaren staan, dus dat trok muizen aan. Al gauw werd er uit het asiel een poes gehaald, Snoopy genaamd. Toen Princess vertrok naar een groter pand, bleef Snoopy bij mij achter. Snoopy was een schat, ze durfde alles ( op een ochtend in mei stond ik in de tuin te roepen omdat ze de boom niet uit durfde) en ze werd 22 ½ jaar. Mijn ouders en ik waren gek op haar. Toen ik geboren was in 1945 kwam er ook een kat in huis: Poele genaamd. Poele was zwart wit qua kleur. Poele had al snel vriendschap met me gesloten, want hij lag aan het voeteneind bij me in de wieg. Mijn moeder vond dat maar zo zo, maar liet de kat liggen. Na Snoopy kwam Moortje 1, een kat uit de poezenboot. Moortje had een week rond gezworven in de buurt van het Singel in Amsterdam. Zijn grote hobby was goed eten.
Moortje kreeg als eerste biefstuk alvorens wij aan de beurt waren. Slagroom en yoghurt daar was hij gek op. Ik heb nog een foto gemaakt van Moortje die een kuipje Danone leegat. Die foto heb ik opgestuurd naar Danone en een week later kwam een vertegenwoordiger een hele tray met Danones brengen.
De foto hangt nu nog in de directiekamer.

Advocaat
Na Bibby Princess Foods kwam een advocatenkantoor met maar liefst 4 advocaten in de kantorenruimte zitten. Na enige tijd verlieten 3 advocaten het pand door onderlinge onenigheid en bleef er een advocaat met zijn secretaresse achter. Sonja heette ze. Ze was bijna alle dagen op kantoor en ook op zaterdag want haar baas was Joods en kwam dus zaterdag niet op kantoor. Ze kon dan rustig bellen met haar vriendje in Engeland. Ik vroeg weleens aan haar waarom ze die knul niet naar Nederland haalde, maar daar wilde ze niet op in gaan. Wel was ze zelf druk aan het daten en op een zaterdagochtend vertelde ze me dat ze ’s nachts om een uur nog een date had met een neger op het Rembrandtsplein. Dat was haar toch niet zo bevallen zei ze. Op een ochtend kwam ze luid jammerend naar boven en zei onder een stortvloed van tranen dat haar tekstverwerker Wordperfect 4.2 ( dus echt uit de oude doos) niet meer werkte. Sterker nog, niets werkte er meer. Ze had nl een kolossale virus in haar PC. “O jammerde ze: wat moet ik doen. Het moet maandag af zijn”. Nou, dan bel je toch je baas zei ik. Nee, dat kan niet want hij neemt zaterdag de telefoon niet aan, het is sabbat vandaag. Nou ja, meid, dan is er niks aan te doen. Ga lekker naar huis. Zijn probleem toch?
Een dag later vroeg ik hoe het afgelopen was. Haar baas had kans gezien de rechtzitting voor een week te verdagen.


Deel 8

Ook Rob wordt een jaartje ouder en gaat langzamerhand aan het denken wat er toch met zijn verzamelingen, die hij bezit, later dient te gebeuren. Hij is echter niet de enige die met deze gedachte rond loopt. Laten we maar eens kijken wat er deze keer bij Rob is opgeborreld.

Onze Duitse radiovriend Martin van der Ven wees mij enkele weken geleden op een programma van Keith Skues. Keith was in dit programma erg openhartig. Zo vertelde hij dat hij vrijgezel is en weinig familie had. Keith Skues meldde aan de luisteraars: “Ik heb ettelijke duizenden grammofoonplaten. Wat doe ik ermee als ik bijvoorbeeld naar een bejaardenhuis moet?”. Een vraag die wij ons allemaal weleens zullen stellen. Wat doe je met al je offshore en andere radio-opnamen? Stellen we het ter beschikking aan ‘Beeld en Geluid’ ofwel het voormalige omroepmuseum? Stel dat we leven in het jaar 2040. Dat is dus over minder dan 31 jaar. Dan ben ik dus in de negentig. Dat is mogelijk dat ik dan nog leef want mijn moeder is inmiddels 94 jaar. Wat doe ik dan met alle opnames? Wie is er dan nog geïnteresseerd in The Rolling Stones? Wie luistert er dan nog naar The Beatles? Ik weet dat Hans Knot en ik erg hangen aan de nostalgie. Maar wat doet de familie met je spullen als je overlijdt of naar een bejaardenhuis moet?

Je kan onmogelijk komen aanzetten met 1000 cd’s, 500 dvd’s, mijn apparatuur, mijn schotel. Bovendien, ik ben alleen zoals waarschijnlijk velen van ons. Bestaat in 2040 de nieuwsgroep nog of uitsluitend de nieuwsgroep Radio en/of satelliet. Worden er in 2040 nog cd spelers gemaakt? Daarvoor moet je nu al in een gespecialiseerde Hi Fi zaak zijn. Stap je bij BCC binnen, dan drukken ze je gewoon een dvd speler in de hand met de opmerking: ‘kunt u ook cd’s mee afspelen’. Of lopen we in 2040 met zo’n I-potje rond met die rottige (kop) telefoontjes. Het heeft het geluid anno 1920. Helemaal geen hi fi. Ja, ik hang aan nostalgie. Toen ik ging verhuizen en mijn werkster voor de eerste keer binnen stapte in mijn nieuwe flat, zei ze tegen me: “Rob, waarom heb je die rottige groene stoelen meegenomen. Dat ziet er toch niet uit”. “Cathalina”, zei ik: “die rottige stoelen komen nog van Diligentia, mijn eerste werkgever. Daarop heb ik nog gezeten in 1968”. Ze schudde bedenkelijk het hoofd.

Stel, ik ben 80 jaar en begin langzamerhand wat dementeren. Ik kan mijn huis niet vinden. Politieman op straat neemt oom Ollie even mee, kijkt in mijn zakken en vindt een telefoonnummer van Peter Harmsen, mijn vriend en webmaster en tevens executeur testamentair. “Meneer Harmsen: wij hebben hier een warrige man aangetroffen in het stadcentrum van Amstelveen. Hij roept zachtjes: ‘Laser 558, London 266, RNI 220, Caroline 259’. Is dat een code of zo? “.

Ik kan me nog heel goed herinneren dat in 1975, dus nu meer dan 34 jaar geleden, het voormalige zendschip van Radio Veronica, de Norderney, achter het Centraal Station in Amsterdam lag in verband met Sail Amsterdam. Er stonden wat grietjes op het dek van het schip en vroegen aan mij: “Zond Veronica vroeger uit vanaf zee?” Hoe oud waren die meisjes? Een jaar of 16,17. Ze hadden zich nooit gerealiseerd dat vanaf een schip radio kon worden gemaakt!

Mocht het zover komen in de toekomst dat mijn flat wordt ontruimd, dan vrees ik dat meer dan de helft in de vuilcontainer verdwijnt. Ik hoor het Peter Harmsen al zeggen tegen zijn vrouw: “Monique: ik heb enige honderden cd’s van Ollie bij me. Hebben we daar plaats voor?” Monique zal zeggen: “Ja hoor, in de container ermee”. Zucht. Maar even zonder gekheid, als opa postzegels verzamelt, behouden die hun waarde, terwijl het aantal verzamelaar slinkt. Eigenlijk ook vreemd. Ik vraag me weleens af of het aantal mensen dat verzamelt ook afneemt. Verzamelt de jeugd nog wel wat?

Rob Olthof